Wat er leeft onder het ijs en waarom dat belangrijker is dan ooit
Wie denkt dat het water rond Spitsbergen leeg is, heeft nog niet gekeken met de ogen van een onderzoeker. Want onder het oppervlak, tussen de drijvende ijsschotsen en langs de gletsjerkusten, leeft een wereld die onzichtbaar lijkt, maar alles in beweging houdt.
Hier, in het hart van de Arctische Oceaan, speelt zich een van de meest bijzondere verhalen van biodiversiteit af. De zeeën rond Svalbard behoren tot de meest bijzondere en kwetsbare ecosystemen van de wereld. Hier komen Atlantische stromingen samen met Arctisch ijswater. En dat levert een unieke mix van soorten op, van microscopisch plankton tot de grootste walvis op aarde.
Het ecosysteem van Spitsbergen: waar zout en zoet elkaar ontmoeten
De zee rond Spitsbergen ligt op een kruispunt van zeestromen. Vanuit het zuiden duwt de warme Golfstroom voedselrijk water omhoog, terwijl uit het noorden ijskoud poolwater omlaag stroomt. Waar deze wateren samenkomen, ontstaan mengzones vol leven. Die mengzones zorgen ervoor dat temperaturen, zoutgehalte en stroming elkaar uitdagen. Precies de plekken waar het krioelt van leven.
In de zomer, als het ijs deels smelt en de zon de bovenste laag van het water opwarmt, barst het ecosysteem los. Plankton groeit in enorme hoeveelheden, vissen verzamelen zich, en zeevogels, robben en walvissen volgen. De hele voedselketen reageert op het ritme van het licht, het ijs en de seizoenen.
Leven onder het ijs: de rol van plankton en ijsalgen
De basis van de biodiversiteit in de Arctische zeeën is microscopisch klein. In en onder het zee-ijs groeien ijsalgen die, zodra het ijs smelt, voedsel leveren voor fytoplankton. Deze minuscule plantjes produceren zuurstof en vormen de eerste schakel in de voedselketen.
Kleine kreeftachtigen zoals copepoden eten dit plankton. Zij zijn op hun beurt het favoriete voedsel van vissen zoals kabeljauw en poolkoolvis. En die vissen trekken weer walvissen, robben en zeevogels aan. Alles is met elkaar verbonden. Van ijsalgen tot blauwe vinvissen.
Welke dieren leven in de zee rond Spitsbergen?
De biodiversiteit in de wateren rond Spitsbergen is indrukwekkend. Hier leven onder andere:
- Vissen: Arctische kabeljauw, Atlantische haring, poolkoolvis, lipvis
- Zeezoogdieren: walrus, beluga, narwal, bultrug, blauwe vinvis, gewone vinvis
- Robben en zeehonden: ringelrob, baardrob, klapmuts
- Zeevogels: noordse stormvogel, papegaaiduiker, kleine alk
- Schaal- en weekdieren: garnalen, krabben, kreeftjes, mosselen, slakken, inktvissen
- Bodemleven: zeesterren, zee-egels, sponzen en anemonen op de zeebodem
Door de opwarming van het zeewater trekken Atlantische soorten steeds verder noordwaarts. Ze komen in contact met Arctische soorten en dat verandert langzaam het evenwicht in dit kwetsbare ecosysteem.
Waarom is het ecosysteem van Spitsbergen zo kwetsbaar?
De biodiversiteit in de poolzeeën hangt sterk af van het ijs. Minder ijs betekent minder ijsalgen, minder plankton en uiteindelijk minder vis, vogels en walvissen. Een ontbrekende schakel heeft direct invloed op de rest van de keten.
Daarnaast groeit de menselijke invloed. Scheepvaart, visserij en toerisme nemen toe. Geluid onder water verstoort walvissen, en zelfs kleine hoeveelheden plastic of olie verspreiden zich snel via de stromingen.
Waarom doet biodiversiteit in de poolzeeën van Spitsbergen ertoe?
Wat leeft in de zee rond Spitsbergen, blijft niet op één plek. Vissen trekken naar andere kusten, vogels vliegen naar het zuiden, walvissen volgen hun migratieroutes langs Groenland. De Arctische zee is geen eindpunt, het is een schakel in een groter systeem.
Wie Spitsbergen echt wil begrijpen, moet durven kijken onder het ijs. Daar, in dat stille blauwe water, begint het leven van het hoge noorden.
Veelgestelde vragen
De algen en het plankton die onder het ijs leven, nemen tijdens hun groei grote hoeveelheden CO? op. Wanneer ze sterven, zinken ze naar de zeebodem en nemen die koolstof mee. Een natuurlijk opslagmechanisme dat helpt de wereldwijde opwarming te beperken. Zonder dit proces zou de aarde sneller opwarmen.
Veel soorten hebben een aangepast dag- en nachtritme dat reageert op zwakke restlichtsignalen of de maan. Sommige kreeftachtigen en vissen gebruiken bioluminescentie om te communiceren of prooien te lokken. Onderzoekers hebben zelfs ontdekt dat plankton onder het ijs “zwemt” in een 24-uursritme, ook al is het maandenlang donker.
Wat is bioluminescentie?
Bioluminescentie betekent dat een dier of plant zelf licht kan maken. Dat doen sommige kleine zeediertjes met een natuurlijke chemische reactie. Het licht is vaak blauw of groen en helpt ze om prooien te lokken, vijanden af te schrikken of elkaar te vinden. In het donkere water rond Spitsbergen lijkt het dan soms alsof de zee van binnenuit licht geeft.
Dat zorgt voor wat onderzoekers Atlantificatie noemen. Dat betekent dat warmteminnende dieren (dieren die liever in warm water leven), zoals makreel, kabeljauw en sommige planktonsoorten steeds verder het koude water binnenkomen. Daardoor verdwijnen soorten die juist kou en ijs nodig hebben om te overleven. De voedselketen verandert en vogels en zeehonden vinden minder goed voedsel. Het hele ecosysteem wordt daardoor minder stabiel en moeilijker te voorspellen.
Wanneer ijs smelt, verdwijnen natuurlijke geluidsbarrières. Daardoor reist geluid van schepen, sonar en booractiviteiten verder en harder. Walvissen en robben, die sterk afhankelijk zijn van geluid voor navigatie en communicatie, raken hierdoor gedesoriënteerd of verstoren hun migratiepatronen. Sommige soorten wijken uit naar stillere gebieden, maar die raken snel voller.
Dat zou een kettingreactie veroorzaken: minder ijsalgen betekent minder plankton. Dat heeft als gevolg dat er minder vissen zijn. En dit zorgt weer voor minder vogels en walvissen. Bovendien zou het open water meer zonlicht absorberen, waardoor het nog sneller opwarmt. Klimaatmodellen voorspellen dat het Arctische zomerijs rond 2050 in sommige jaren helemaal kan verdwijnen.
Heb je nog andere vragen of wil je meer weten? Vul het formulier in.
