Sterren en planeten

Home / Over Spitsbergen / Sterren en planeten

Kijk omhoog en je voelt het meteen: de hemel boven Spitsbergen is anders. Geen drukke stadslampen, geen lichtvervuiling. Alleen een eindeloze, heldere nacht. Hier zie je niet alleen duizenden sterren fonkelen, maar ook planeten die met het blote oog te spotten zijn. Van de felle glans van Jupiter tot het zachte, roodoranje licht van Mars: ieder stipje vertelt zijn eigen verhaal.

Met deze gids krijg je grip op wat je ziet. Waar moet je kijken? Hoe herken je een planeet tussen al die sterren? En waarom lichten sommige stippen constanter op dan andere? Scroll mee en ontdek hoe je de hemel boven 78° noord leest.

Antarctica en Arctica vanwaar de naam?

De naam Arctica komt van het Griekse woord Arktos, wat ‘beer’ betekent. Daarmee worden de sterrenbeelden Grote Beer en Kleine Beer bedoeld, die in het noorden duidelijk zichtbaar zijn. Deze sterrenbeelden wijzen je de weg naar de Poolster, eeuwenlang hét baken voor navigatie. Op de Zuidpool zie je de Arktos juist niet. Daarom kreeg dit continent de naam Antarctica. Letterlijk: het tegenovergestelde van Arctica.

Sterrengids – Longyearbyen (78°N)

Sterrengids – Longyearbyen

Zo herken je de sterrenhemel vanaf Longyearbyen (78°N). De kaart is afgestemd op Spitsbergen. Klik op een sterrenbeeld om het te highlighten. Met de knop zie je waar de Poolster (Polaris) staat.

De kaart draait om Polaris (midden). Cirkels = hoogte. Gestippelde boog = zuidelijke horizon.
N E Z W Polaris Kleine Beer (Ursa Minor) Grote Beer (Steelpan) Cassiopeia Cepheus Draco Orion (laag in zuiden) Taurus Gemini

1) Polaris als anker. De kaart draait om Polaris. In Longyearbyen staat Polaris ongeveer 78° hoog. Je kijkt dus flink omhoog.

2) Cirkels = hoogte. Dicht bij het midden is hoog aan de hemel. Verder naar buiten is lager.

3) Circumpolair = altijd zichtbaar. De Grote Beer, Kleine Beer, Cassiopeia, Cepheus en delen van Draco komen niet onder de horizon.

4) Polaris vinden. Gebruik Dubhe en Merak (achterkant Steelpan) en ga ongeveer vijf keer die afstand omhoog: daar zit Polaris.

5) Reserve?anker. Staat de Steelpan laag? Zoek de W van Cassiopeia aan de overzijde van Polaris.

6) Zuidelijke winterhemel. Orion, Taurus en Gemini komen wel op, maar blijven laag in het zuiden. Kies een plek met vrije horizon.

7) Helderheids?tips. Capella (Auriga), Vega (Lyra), Deneb (Cygnus), Betelgeuze en Rigel (Orion) zijn handige bakens.

8) Seizoen. In mei–augustus is het te licht. De mooiste sterrenhemel zie je tijdens de poolnacht (ongeveer oktober t/m februari).

Grote Beer / Steelpan

Kom met een lange steel. De twee achterste sterren van de kom (Dubhe en Merak) wijzen naar Polaris.

Rond Longyearbyen draait de Steelpan om Polaris. Soms staat hij schuin of zelfs op zijn kop.

Cassiopeia (W)

Vijf sterren vormen een duidelijke W (of M). Staat grofweg tegenover de Steelpan rond Polaris.

Is de Steelpan moeilijk? Gebruik Cassiopeia als tweede wegwijzer.

Kleine Beer (Polaris)

Polaris is de helderste ster in dit groepje. Hij staat aan het uiteinde van de ‘vlieger’.

De andere sterren zijn zwakker. Bij een donkere hemel zie je de vorm het beste.

Cepheus

Vorm van een huisje met puntdak. Ligt tussen Cassiopeia en Polaris in.

Handig als extra anker wanneer Cassiopeia hoog aan de hemel staat.

Draco

Lange slinger tussen Steelpan en Kleine Beer. De sterren zijn zwakker, maar de bocht is duidelijk.

Te zien bij echt donkere hemel; perfect tijdens de poolnacht.

Auriga (Capella)

Ruit met Capella als zeer heldere, geel?witte ster. Valt snel op, zelfs met wat sluierbewolking.

Staat boven Taurus en naast Perseus. Fijn startpunt in herfst en winter.

Cygnus (Noordkruis)

Kruisvorm met Deneb bovenaan. Hoort bij de Zomerdriehoek, samen met Vega (Lyra) en Altair (Aquila).

Bij de poolnacht vaak goed zichtbaar richting west/noordwest.

Lyra (Vega)

Klein ruitje. Vega is zeer helder en blauw?wit en valt dus direct op.

Gebruik Vega om het Noordkruis (Cygnus) en de Zomerdriehoek te vinden.

Andromeda

Rechte ketting van sterren. Met blote oog zie je bij donkere hemel soms het Andromedastelsel (M31) als vaag vlekje.

Orion (winter – laag in zuiden)

Riem van drie sterren op een rij. Betelgeuze (rood) en Rigel (blauw?wit) vormen de hoekpunten.

Op 78°N blijft Orion laag. Kies een plek met vrij zicht op het zuiden om ’m te zien.

Taurus

De V?vorm van de Hyaden vormt de kop; Aldebaran is het oranje oog. Vlakbij staat het groepje Plejaden (zeven zusters).

In Spitsbergen ook laag, vaak samen met Orion zichtbaar.

Gemini

Castor en Pollux vormen een helder paar. Je vindt ze rechts van Orion.

Ook dit beeld komt in de winter laag boven de zuidelijke horizon.

Zonnestelsel – Longyearbyen

Mercurius Venus Aarde Mars Jupiter Saturnus Uranus Neptunus

Mercurius

Kleine, grijs-witte schijf. Dicht bij de zon; alleen laag in de schemer zichtbaar.

Venus

Zeer fel en stabiel licht. Avondster (ZW) of ochtendster (ZO).

Aarde

Ons thuis. Handig als referentie: de Maan draait eromheen (klein grijs stipje).

Mars

Oranje-rode tint. Helderheid wisselt per jaar, maar de kleur helpt altijd.

Jupiter

Heel helder, wit licht. Met verrekijker zie je vaak de vier maantjes als puntjes.

Saturnus

Zacht geel, rustig licht. Met een kleine telescoop zijn de ringen zichtbaar.

Uranus

Blauw-groene tint. Met verrekijker lastig; met telescoop een klein schijfje.

Neptunus

Blauw en zwak. Alleen met telescoop als sterachtig puntje te onderscheiden.