Zodra je voet op Spitsbergen zet, kun je alles wat je gewend was wel loslaten. Op slechts duizend kilometer van de Noordpool is de wereld compleet anders. Geen bomen, geen koeien in de wei, geen katten in de vensterbank. Hier lopen rendieren vrij door de straat, sluipen poolvossen langs de bergen en weet je: dit is het rijk van de ijsbeer.
Zelfs binnen voelt het anders. In hotels en restaurants loopt iedereen op sokken. De lucht is zo schoon dat je het bijna proeft, zuiverder dan het geweten van een pasgeboren baby.
De “P.C. Hooftstraat” van Longyearbyen
In het centrum van Longyearbyen, zeg maar de P.C. Hooftstraat van het noorden, stap ik een souvenirwinkel binnen. Aan de deur hangt een bordje: ‘Lever je wapens in bij het personeel. De ijsberen in deze winkel zijn al afgeschoten. Een grap, denk ik nog. Tot ik binnen stap.
Tussen de sleutelhangers en koelkastmagneten liggen schoenen, jassen en tassen van 100% zeehondenbont. En daar, midden in de winkel, hangt een enorme ijsbeervacht. Compleet met kop. De glazen ogen lijken ons aan te staren. Ongelooflijk. Er zijn dus echt mensen die The King of the Arctic aan de muur willen hebben.
De verkoopster vangt mijn blik en legt uit dat deze beren zijn afgeschoten omdat ze te dicht bij mensen kwamen. De vachten kosten rond de 25.000 euro, vertelt ze, en een deel van de opbrengst gaat naar een goed doel voor ijsbeerbescherming. Ik knik, maar het voelt dubbel.
Wanneer ze vraagt of ik dan misschien interesse hebben in een zeehondenpels uit Groenland, is mijn antwoord snel duidelijk: nee dank je.
Doe mij maar gewoon die koelkastmagneet met I love Spitsbergen. Dan weet ik tenminste zeker dat ik bij terugkomst op Schiphol niet in de problemen kom. Daar heb ik de Douane-app niet voor nodig.
Eerste indruk van Spitsbergen is overweldigend en onwerkelijk
En toch… I love Spitsbergen. Echt waar. Het is liefde op het eerste gezicht.
Eind januari land ik op Svalbard Longyear Airport, de noordelijkste commerciële luchthaven ter wereld. Het is rond één uur ’s middags, maar de hemel kleurt donkerblauw. Alsof het nacht is. De zachte, blauwe gloed boven het landschap lijkt bijna buitenaards. Heel even doet het me denken aan de diepblauwe zee bij Zakynthos. Maar zodra ik de trap afdaal en de kou mijn wangen raakt, is dat beeld verdwenen.
In mijn spijkerbroek en sneakers voel ik me plots wat naïef. Misschien toch niet zo handig om mijn warme kleding in de koffer te laten. Terwijl ik nog snel een selfie maak met het vliegtuig op de achtergrond, kijk ik om me heen. Kippenvel. En niet alleen door de kou.
Het besef dringt langzaam door: dit is het begin van iets bijzonders. Een reis naar een wereld waar stilte hoorbaar is, waar de natuur nog de baas is, en waar je je klein maar intens levend voelt. Spitsbergen. Liefde op het eerste gezicht.
